BWBR0012335
Geldig vanaf 2001-04-05
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a) de Scheepvaartverkeerswet, doch uitgezonderd de feiten genoemd in paragraaf 3 van Hoofdstuk 2 van voornoemde wet en onder de restrictie dat de op deze wet gebaseerde opsporingsbevoegdheid beperkt blijft tot daarin genoemde feiten die geen misdrijf zijn;
de als overtredingen strafbaar gestelde feiten uit het Binnenvaartpolitiereglement;
b) de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in verband met artikel 4, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit, artikel 1, derde lid, van voornoemde wet;
c) de Verordening op de haven en het binnenwater en/of andere verordeningen, voor zover de functionarissen, als bedoeld in artikel 2 van dit besluit, daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
d) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen `akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het onder beheersverantwoordelijkheid van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam vallend grondgebied.
a) de Scheepvaartverkeerswet, doch uitgezonderd de feiten genoemd in paragraaf 3 van Hoofdstuk 2 van voornoemde wet en onder de restrictie dat de op deze wet gebaseerde opsporingsbevoegdheid beperkt blijft tot daarin genoemde feiten die geen misdrijf zijn;
de als overtredingen strafbaar gestelde feiten uit het Binnenvaartpolitiereglement;
b) de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in verband met artikel 4, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit, artikel 1, derde lid, van voornoemde wet;
c) de Verordening op de haven en het binnenwater en/of andere verordeningen, voor zover de functionarissen, als bedoeld in artikel 2 van dit besluit, daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
d) de Wet op de economische delicten, voor zover het economische delicten betreft waarvoor in dit besluit en binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen `akten' opsporingsbevoegdheid is verleend.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het onder beheersverantwoordelijkheid van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam vallend grondgebied.