BWBR0012327
Geldig vanaf 2001-03-29
Artikel 4
Regeling hardheidsclausule
1. Indien Onze Minister besluit compensatie toe te kennen, kent hij de betrokkene een compensatie toe, die in beginsel gelijk is aan het bedrag aan uitkering waarvoor de betrokkene zou zijn benadeeld indien Onze Minister geen compensatie zou hebben toegekend. De vorm waarin de compensatie wordt gegeven of de uitvoeringsaspecten daarbij, kunnen met zich meebrengen dat er een gering verschil bestaat tussen het bedrag van de compensatie en het bedrag van het nadeel.
2. Onze Minister kan een gedeeltelijke compensatie toekennen indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Een volledige compensatie wordt in ieder geval niet gegeven indien de betrokkene de omvang van het nadeel redelijkerwijs nog had kunnen beperken, maar dat heeft nagelaten.
3. De compensatie wordt toegekend in de vorm van een periodieke uitkering of een bedrag ineens.
4. Indien de compensatie wordt toegekend in de vorm van een periodieke uitkering, zijn daarop zoveel mogelijk dezelfde bepalingen van toepassing als op de bovenwettelijke uitkering.
5. Indien de compensatie wordt toegekend in de vorm van een bedrag ineens:
a. kunnen vorderingen op de betrokkene ter zake van onverschuldigd betaalde bedragen op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs, met de compensatie ineens worden verrekend, en
b. zijn de artikelen 36 tot en met 36b WW van overeenkomstige toepassing op de compensatie, voor zover deze onverschuldigd is betaald.
6. Aan de betrokkene kan op diens verzoek een voorschot op de compensatie worden toegekend. Een voorschot wordt niet toegekend indien het onwaarschijnlijk is dat de betrokkene in aanmerking komt voor compensatie. Na de beslissing over de compensatie wordt een betaald voorschot teruggevorderd en zoveel mogelijk verrekend met de betrokkene toekomende bedragen.
2. Onze Minister kan een gedeeltelijke compensatie toekennen indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Een volledige compensatie wordt in ieder geval niet gegeven indien de betrokkene de omvang van het nadeel redelijkerwijs nog had kunnen beperken, maar dat heeft nagelaten.
3. De compensatie wordt toegekend in de vorm van een periodieke uitkering of een bedrag ineens.
4. Indien de compensatie wordt toegekend in de vorm van een periodieke uitkering, zijn daarop zoveel mogelijk dezelfde bepalingen van toepassing als op de bovenwettelijke uitkering.
5. Indien de compensatie wordt toegekend in de vorm van een bedrag ineens:
a. kunnen vorderingen op de betrokkene ter zake van onverschuldigd betaalde bedragen op grond van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs, met de compensatie ineens worden verrekend, en
b. zijn de artikelen 36 tot en met 36b WW van overeenkomstige toepassing op de compensatie, voor zover deze onverschuldigd is betaald.
6. Aan de betrokkene kan op diens verzoek een voorschot op de compensatie worden toegekend. Een voorschot wordt niet toegekend indien het onwaarschijnlijk is dat de betrokkene in aanmerking komt voor compensatie. Na de beslissing over de compensatie wordt een betaald voorschot teruggevorderd en zoveel mogelijk verrekend met de betrokkene toekomende bedragen.