1. Binnen twee maanden na de door de betrokkene gewenste afkoopdatum, of indien dat later is, binnen twee maanden nadat het uitvoeringsorgaan de aanvraag of afkoop heeft ontvangen, deelt Onze Minister de betrokkene schriftelijk mee wat hij voornemens is te beslissen, indien:
a. het voornemen bestaat de aanvraag in te willigen, of
b. er naar zijn oordeel aanleiding is de aanvraag niet in te willigen per de door de betrokkene genoemde afkoopdatum, maar wel per een andere datum. Bij deze mededeling vermeldt Onze Minister de hoogte van de afkoopsom die bij de voorgenomen beslissing zou gelden en stelt hij de betrokkene een redelijke termijn om zijn aanvraag om afkoop schriftelijk te bevestigen, aan te passen of in te trekken.
2. Onze Minister neemt zo spoedig mogelijk na de ontvangst van een bevestiging of aanpassing als bedoeld in het eerste lid, een beslissing op de aanvraag om afkoop.
3. Onze Minister wijst de aanvraag om afkoop af indien de betrokkene ondanks herhaald verzoek:
a. niet genoegzaam aantoont dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zich voordoet, of
b. niet reageert op de mededeling, bedoeld in het eerste lid.