BWBR0012267
Geldig vanaf 2001-03-09
Artikel 10
Stimuleringsregeling professionalisering antidiscriminatiebureaus (ADB's)
1. De ontvanger van de bijdrage is verplicht:
a. de activiteiten in het kader van een projectplan ten behoeve waarvan bijdrage is verleend binnen 6 maanden na de datum van de beschikking tot verlening van de bijdrage aan te vangen en overeenkomstig het projectplan, behoudens goedgekeurde wijzigingen, uit te voeren en af te ronden voor 1 augustus 2004.
b. uiterlijk 15 maanden na het toekennen van de bijdrage verslag te doen van de voortgang van het project;
c. alle overige informatie toe te zenden die de minister nodig heeft om het project en de voortgang ervan te kunnen beoordelen;
d. op deugdelijke wijze te voorzien in toezicht op de uitvoering van het bij het projectplan betrokken antidiscriminatiebureau, c.q. de bij het projectplan betrokken antidiscriminatiebureaus;
2. De minister kan de in het eerste lid, sub a bedoelde uitvoeringstermijn met ten hoogste één jaar verlengen indien de ontvanger van de bijdrage uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de einddatum van het project schriftelijk aan de minister om verlenging heeft verzocht en dit gemotiveerd heeft.
3. Wijzigingen in het projectplan gedurende de looptijd van het project zijn slechts toegestaan na voorafgaande goedkeuring door de minister. De minister deelt de ontvanger van de bijdrage mede of en in welke mate de wijziging van het projectplan gevolgen heeft voor de verleende bijdrage of voor de voorschriften.
a. de activiteiten in het kader van een projectplan ten behoeve waarvan bijdrage is verleend binnen 6 maanden na de datum van de beschikking tot verlening van de bijdrage aan te vangen en overeenkomstig het projectplan, behoudens goedgekeurde wijzigingen, uit te voeren en af te ronden voor 1 augustus 2004.
b. uiterlijk 15 maanden na het toekennen van de bijdrage verslag te doen van de voortgang van het project;
c. alle overige informatie toe te zenden die de minister nodig heeft om het project en de voortgang ervan te kunnen beoordelen;
d. op deugdelijke wijze te voorzien in toezicht op de uitvoering van het bij het projectplan betrokken antidiscriminatiebureau, c.q. de bij het projectplan betrokken antidiscriminatiebureaus;
2. De minister kan de in het eerste lid, sub a bedoelde uitvoeringstermijn met ten hoogste één jaar verlengen indien de ontvanger van de bijdrage uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de einddatum van het project schriftelijk aan de minister om verlenging heeft verzocht en dit gemotiveerd heeft.
3. Wijzigingen in het projectplan gedurende de looptijd van het project zijn slechts toegestaan na voorafgaande goedkeuring door de minister. De minister deelt de ontvanger van de bijdrage mede of en in welke mate de wijziging van het projectplan gevolgen heeft voor de verleende bijdrage of voor de voorschriften.