BWBR0012219
Geldig vanaf 2001-02-21
Artikel 3
Regeling diversiteitsimpuls werving en behoud
1. Door of namens de korpsbeheerder kan, uiterlijk 16 april 2001, een eenmalige aanvraag voor een subsidie schriftelijk worden ingediend bij de minister. De aanvraag kan voor één jaar of voor twee jaren worden ingediend.
2. De aanvraag bestaat uit een projectvoorstel met een begroting en een plan van aanpak.
3. Het projectvoorstel bevat in ieder geval:
a. het doel van het project;
b. de startdatum, de duur en de einddatum van het project;
c. de in te zetten personele, materiële en financiële middelen;
d. de eventuele samenwerking met andere politiekorpsen en derden;
e. de te verwachten resultaten van een deelnemend politiekorps of deelnemende politiekorpsen en derden;
f. een kostenraming waarin co-financieringspercentages van het politiekorps zelf en van alle andere deelnemende politiekorpsen dan wel derden zijn opgenomen;
g. de momenten waarop wordt geëvalueerd;
h. de wijze waarop de ontvangen bijdrage in 2000 wordt ingezet ten behoeve van het project;
i. de gevraagde financiële bijdrage per jaar van de minister en de motivering ervan.
4. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. de wijze waarop het doel wordt gerealiseerd;
b. de te verwachten concrete en meetbare resultaten;
c. de organisatorische ophanging van het project tijdens de looptijd en de structurele inbedding in de organisatie na beëindiging van het project;
d. de wijze van communiceren over de voortgang en de resultaten van het project met anderen;
e. de wijze waarop het project wordt geëvalueerd;
f. een gespecificeerde kostenraming, gebaseerd op de voorgenomen activiteiten en de inzet van eigen en andere middelen;
g. de inspanningen van het politiekorps en, indien daarvan gebruik wordt gemaakt, de relatie met de inspanningen van andere politiekorpsen en mogelijke derden in het project.
5. De minister beslist voor 25 juni 2001 op de aanvraag.
2. De aanvraag bestaat uit een projectvoorstel met een begroting en een plan van aanpak.
3. Het projectvoorstel bevat in ieder geval:
a. het doel van het project;
b. de startdatum, de duur en de einddatum van het project;
c. de in te zetten personele, materiële en financiële middelen;
d. de eventuele samenwerking met andere politiekorpsen en derden;
e. de te verwachten resultaten van een deelnemend politiekorps of deelnemende politiekorpsen en derden;
f. een kostenraming waarin co-financieringspercentages van het politiekorps zelf en van alle andere deelnemende politiekorpsen dan wel derden zijn opgenomen;
g. de momenten waarop wordt geëvalueerd;
h. de wijze waarop de ontvangen bijdrage in 2000 wordt ingezet ten behoeve van het project;
i. de gevraagde financiële bijdrage per jaar van de minister en de motivering ervan.
4. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a. de wijze waarop het doel wordt gerealiseerd;
b. de te verwachten concrete en meetbare resultaten;
c. de organisatorische ophanging van het project tijdens de looptijd en de structurele inbedding in de organisatie na beëindiging van het project;
d. de wijze van communiceren over de voortgang en de resultaten van het project met anderen;
e. de wijze waarop het project wordt geëvalueerd;
f. een gespecificeerde kostenraming, gebaseerd op de voorgenomen activiteiten en de inzet van eigen en andere middelen;
g. de inspanningen van het politiekorps en, indien daarvan gebruik wordt gemaakt, de relatie met de inspanningen van andere politiekorpsen en mogelijke derden in het project.
5. De minister beslist voor 25 juni 2001 op de aanvraag.