BWBR0012218
Geldig vanaf 2001-02-06
Artikel 5
Erkenningsregeling productie en opslag dierlijke eiwitten 2001
1. De Minister kan de erkenning met onmiddellijke ingang schorsen voor een bepaalde termijn indien naar het oordeel van de Minister niet wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2en 3, en veterinaire belangen de schorsing rechtvaardigen.
2. De Minister kan de erkenning intrekken, indien
a. naar het oordeel van de Minister blijkt dat de inrichting niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, terwijl de exploitant van de inrichting in de gelegenheid is gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. indien na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de Minister blijkt dat de inrichting nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2 en 3.
2. De Minister kan de erkenning intrekken, indien
a. naar het oordeel van de Minister blijkt dat de inrichting niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, terwijl de exploitant van de inrichting in de gelegenheid is gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel
b. indien na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de Minister blijkt dat de inrichting nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2 en 3.