BWBR0012211
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 1
Regeling mandatering van ingevolge de Warenwet aangewezen ambtenaren tot inbeslagneming
1. De ingevolge artikel 25 van de Warenwetaangewezen ambtenaren hebben mandaat:
a. tot het gelasten namens de Minister van inbeslagname als bedoeld in artikel 32l, eerste lid, van de Warenwet;
b. tot het namens de Minister aanwijzen van de locatie voor de opslag van het inbeslaggenomene en de bepaling van de voorwaarden waaronder die opslag dient te geschieden, bedoeld in artikel 32l, derde lid, van de Warenwet.
2. Het mandaat in het eerste lid heeft geen betrekking op het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften.
a. tot het gelasten namens de Minister van inbeslagname als bedoeld in artikel 32l, eerste lid, van de Warenwet;
b. tot het namens de Minister aanwijzen van de locatie voor de opslag van het inbeslaggenomene en de bepaling van de voorwaarden waaronder die opslag dient te geschieden, bedoeld in artikel 32l, derde lid, van de Warenwet.
2. Het mandaat in het eerste lid heeft geen betrekking op het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften.