BWBR0012199
Geldig vanaf 2001-05-24
Artikel 13
Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Eelde
1. De Inspecteur-Generaal rapporteert jaarlijks binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het gebruiksplan betrekking heeft aan de Minister over de opgetreden geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein en aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting. de Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie-28.
2. De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde;
b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet;
c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.
2. De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde;
b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet;
c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.