BWBR0012197
Geldig vanaf 2001-07-15
Artikel 36
Gerechtsdeurwaarderswet
1. De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2. Het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c, onderdelen b en c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca, eerste lid, onderdeel d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i</a>met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
3. Het lidmaatschap van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van leden en plaatsvervangend leden vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming.
4. De <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 13a</a>, <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.
2. Het bepaalde in de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c, onderdelen b en c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca, eerste lid, onderdeel d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i</a>met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
3. Het lidmaatschap van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van leden en plaatsvervangend leden vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming.
4. De <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 13a</a>, <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/13c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.