BWBR0012190
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 3
Regeling handelwijze bij vervreemding
1. Bureau beheer landbouwgronden maakt in de administratie onderscheid tussen kosten die voor cofinanciering in aanmerking komen en overige kosten.
2. De kosten welke voor cofinanciering in aanmerking komen zijn:
a. het aankoopbedrag;
b. het kadastraal recht en het registratierecht;
c. veiling- of notariskosten;
d. overdrachtsbelasting of schenkingsrecht voorzover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
e. het bedrag ter betaling van een afkoopsom van de landinrichtingsrente voorzover die rust op het doorgeleverde of verworven terrein.
3. Kosten welke niet voor cofinanciering in aanmerking komen zijn:
a. kosten verbonden aan het compenseren van waardeverlies van land of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalverliezen of inkomensverliezen;
b. accountantskosten;
c. de verrekenbare BTW;
d. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren;
e. kosten gemaakt voor de verwerving door betaling van een bedrag aan de verkoper voor het nakomen van verplichtingen welke de verkoper heeft op grond van enig wettelijk voorschrift;
f. kosten van verwerving welke uitgaan boven de normaal gangbare marktprijs voor dat land;
g. kosten gemaakt voor de verwerving van terreinen, welke door bureau beheer landbouwgronden zijn aangekocht van het Rijk.
4. Kosten welke voor subsidiëring in aanmerking zijn genomen op grond van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, komen niet voor een vergoeding met cofinanciering in aanmerking;
5. Voorzover subsidies, die uit anderen hoofde van overheidswege worden verstrekt, leiden tot een vergoeding van meer dan 100% van de kosten van verwerving, worden die subsidies in mindering gebracht op de vergoeding, welke met cofinanciering wordt verstrekt.
2. De kosten welke voor cofinanciering in aanmerking komen zijn:
a. het aankoopbedrag;
b. het kadastraal recht en het registratierecht;
c. veiling- of notariskosten;
d. overdrachtsbelasting of schenkingsrecht voorzover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
e. het bedrag ter betaling van een afkoopsom van de landinrichtingsrente voorzover die rust op het doorgeleverde of verworven terrein.
3. Kosten welke niet voor cofinanciering in aanmerking komen zijn:
a. kosten verbonden aan het compenseren van waardeverlies van land of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalverliezen of inkomensverliezen;
b. accountantskosten;
c. de verrekenbare BTW;
d. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren;
e. kosten gemaakt voor de verwerving door betaling van een bedrag aan de verkoper voor het nakomen van verplichtingen welke de verkoper heeft op grond van enig wettelijk voorschrift;
f. kosten van verwerving welke uitgaan boven de normaal gangbare marktprijs voor dat land;
g. kosten gemaakt voor de verwerving van terreinen, welke door bureau beheer landbouwgronden zijn aangekocht van het Rijk.
4. Kosten welke voor subsidiëring in aanmerking zijn genomen op grond van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, komen niet voor een vergoeding met cofinanciering in aanmerking;
5. Voorzover subsidies, die uit anderen hoofde van overheidswege worden verstrekt, leiden tot een vergoeding van meer dan 100% van de kosten van verwerving, worden die subsidies in mindering gebracht op de vergoeding, welke met cofinanciering wordt verstrekt.