BWBR0012166
Geldig vanaf 2001-01-24
Artikel 2
Regeling rijksbijdrage sluitende aanpak WW 2001
1. Aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt ten behoeve van het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid in 2001 een rijksbijdrage van 87,9 miljoen gulden toegekend voor het vaststellen van trajecten als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Tijdelijk besluit sluitende aanpak WWbinnen 12 maanden na het intreden van de werkloosheid.
2. De betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen vindt plaats in vier gelijke termijnen in elke tweede maand van een kwartaal.
3. Indien het aantal uitkeringsgerechtigden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, lager is dan de helft van het in de Regeling taakstelling sluitende aanpak WW 2001 opgenomen aantal, kan de Minister de betaling van de vierde termijn van de rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, opschorten tot het moment waarop de rijksbijdrage definitief wordt vastgesteld.
2. De betaling van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen vindt plaats in vier gelijke termijnen in elke tweede maand van een kwartaal.
3. Indien het aantal uitkeringsgerechtigden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, lager is dan de helft van het in de Regeling taakstelling sluitende aanpak WW 2001 opgenomen aantal, kan de Minister de betaling van de vierde termijn van de rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, opschorten tot het moment waarop de rijksbijdrage definitief wordt vastgesteld.