BWBR0012158
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel 10
Besluit tenuitvoerlegging taakstraffen
1. Na ontvangst van het in artikel 9, eerste lid, bedoelde stuk roept de uitvoerder taakstraffen de taakgestrafte zo spoedig mogelijk op voor een intakegesprek. Bij een jeugdige taakgestrafte kunnen tevens de ouders of voogd van de taakgestrafte worden opgeroepen.
2. Wanneer de taakgestrafte niet reageert op de oproep en is vastgesteld dat het daarop vermelde adres niet afwijkt van dat waarop betrokkene staat ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt opnieuw een oproep gedaan, vergezeld van de mededeling dat bij niet verschijnen de zaak wordt teruggezonden aan het openbaar ministerie. Indien op de tweede oproep niet wordt gereageerd wordt daarvan melding gemaakt aan het openbaar ministerie.
3. In het intakegesprek stelt de uitvoerder taakstraffen de taakgestrafte op de hoogte van de regels, rechten en plichten die gelden bij de tenuitvoerlegging van een taakstraf.
4. Bij het bepalen van de feitelijke werkzaamheden of verplichtingen houdt de uitvoerder taakstraffen rekening met het gepleegde delict, de capaciteiten, mogelijkheden en specifieke omstandigheden van de taakgestrafte, alsmede de reisafstand tot de projectplaats. De reistijd bedraagt in totaal niet meer dan drie uren per dag. De dagen waarop aan het project wordt deelgenomen en de aanvang- en eindtijden worden in overleg met de taakgestrafte vastgesteld. Pauzes en reistijden tellen niet mee voor de taakstrafuren.
5. Voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan het project vindt een gesprek plaats tussen de jeugdige taakgestrafte, de uitvoerder taakstraffen en de contactpersoon waarbij in elk geval wordt ingegaan op de huisregels van de projectplaats, vaststelling en uitleg van de werkzaamheden of het leerproject en de aanvangsdatum. Bij de andere taakgestraften kan voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan een project dit gesprek plaatsvinden.
6. Voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan het project wordt de beslissing van de uitvoerder taakstraffen tot plaatsing schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door de taakgestrafte. De schriftelijke beslissing wordt aan het openbaar ministerie gezonden. De taakgestrafte wordt een afschrift ter beschikking gesteld.
2. Wanneer de taakgestrafte niet reageert op de oproep en is vastgesteld dat het daarop vermelde adres niet afwijkt van dat waarop betrokkene staat ingeschreven in de basisregistratie personen, wordt opnieuw een oproep gedaan, vergezeld van de mededeling dat bij niet verschijnen de zaak wordt teruggezonden aan het openbaar ministerie. Indien op de tweede oproep niet wordt gereageerd wordt daarvan melding gemaakt aan het openbaar ministerie.
3. In het intakegesprek stelt de uitvoerder taakstraffen de taakgestrafte op de hoogte van de regels, rechten en plichten die gelden bij de tenuitvoerlegging van een taakstraf.
4. Bij het bepalen van de feitelijke werkzaamheden of verplichtingen houdt de uitvoerder taakstraffen rekening met het gepleegde delict, de capaciteiten, mogelijkheden en specifieke omstandigheden van de taakgestrafte, alsmede de reisafstand tot de projectplaats. De reistijd bedraagt in totaal niet meer dan drie uren per dag. De dagen waarop aan het project wordt deelgenomen en de aanvang- en eindtijden worden in overleg met de taakgestrafte vastgesteld. Pauzes en reistijden tellen niet mee voor de taakstrafuren.
5. Voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan het project vindt een gesprek plaats tussen de jeugdige taakgestrafte, de uitvoerder taakstraffen en de contactpersoon waarbij in elk geval wordt ingegaan op de huisregels van de projectplaats, vaststelling en uitleg van de werkzaamheden of het leerproject en de aanvangsdatum. Bij de andere taakgestraften kan voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan een project dit gesprek plaatsvinden.
6. Voorafgaand aan de aanvang van de deelname aan het project wordt de beslissing van de uitvoerder taakstraffen tot plaatsing schriftelijk vastgelegd en voor akkoord ondertekend door de taakgestrafte. De schriftelijke beslissing wordt aan het openbaar ministerie gezonden. De taakgestrafte wordt een afschrift ter beschikking gesteld.