BWBR0012127
Geldig vanaf 01-08-2001
Artikel 21
Regeling stimuleringssubsidies
1. Bij de formulering van het advies over de toekenning van een subsidie dient het bevoegde adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, documentatie, het beeldmateriaal en eventuele aanvullende informatie, de door de aanvrager getoonde kunstwerken en, voorzover van toepassing, het verslag van het atelierbezoek.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit.
5. Bij de beoordeling van aanvragen voor een projectsubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het projectvoorstel van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
8. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een publicatiesubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
9. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
10. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel negende lid bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
11. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een werkbeurs dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties.
12. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het elfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
13. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een werkbeurs zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
14. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid elf en dertien van dit artikel. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
15. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een investeringssubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
16. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het dertiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
17. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijftiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een investeringssubsidie zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
18. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid vijftien en zeventien. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
19. Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
20. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
21. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit.
5. Bij de beoordeling van aanvragen voor een projectsubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het projectvoorstel van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het projectvoorstel wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
8. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een publicatiesubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
9. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
10. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel negende lid bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
11. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een werkbeurs dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties.
12. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het elfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
13. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een werkbeurs zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
14. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid elf en dertien van dit artikel. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
15. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een investeringssubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
16. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het dertiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
17. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijftiende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan beoordeelt zij het bij de aanvraag behorende plan dan wel motivering. Het oordeel over het plan dan wel motivering bij een aanvraag voor een investeringssubsidie zal een zwaardere rol spelen indien de aanvrager deze subsidie reeds eerder heeft ontvangen. Bij een positief advies oordeel over het plan dan wel motivering brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
18. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid vijftien en zeventien. Bij deze prioritering kan een afweging van de aanvragen onderling tot uitdrukking komen.
19. Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
20. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
21. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
- Citeren als
- Art. 21
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012127
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl