BWBR0012111
Geldig vanaf 2000-12-27
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de afdeling Milieuhandhaving en -metingen van de directie Ruimte, Milieu en Water van de provincie Zeeland 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wet milieubeheer;
b. de artikelen 225, 226, 227 en 231, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden;
d. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie;
e. andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Zeeland.
a. de Wet milieubeheer;
b. de artikelen 225, 226, 227 en 231, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden;
d. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie;
e. andere strafbare feiten, indien en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar daarmee in een concreet opsporingsonderzoek is belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Zeeland.