De personen, werkzaam als parkeercontroleur en als medewerker bezwaar en verhoor bij de Dienst Stadsbeheer, afdeling Parkeren, van de gemeente Den Haag, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wegenverkeerswet 1994;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening, voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen. De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.
1. Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 125 personen als beëdigd buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam zijn.
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Den Haag.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Haaglanden.
1. De directeur van de Dienst Stadsbeheer brengt jaarlijks voor 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarDienst Stadsbeheer, afdeling Parkeerbeheer, gemeente Den Haag 1995, d.d. 18 december 1995, kenmerk 95/0587/DR, gewijzigd bij besluit van 12 februari 1996, kenmerk 96/0090/HG, en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 februari 1998, kenmerk 98/00055/CVO, wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 27 december 2000 en vervalt op 27 december 2005.