BWBR0012101
Geldig vanaf 2020-06-15
Artikel 12
Regeling ontslaguitkering vliegers Landelijke eenheid
1. Voor zover de aan betrokkene toegekende WIA-uitkering, eventueel vermeerderd met een ABP arbeidsongeschiktheidspensioen, lager is dan de uitkering waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien geen sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid, wordt hem het verschil bij wijze van toelage uitgekeerd.
2. De betrokkene die na afloop van de periode van 104 weken, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geen WIA-uitkering aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een WIA-uitkering is toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
3. Indien de WIA-uitkering van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een WIA-uitkering, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde WIA-uitkering voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten.
2. De betrokkene die na afloop van de periode van 104 weken, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geen WIA-uitkering aanvraagt, wordt voor de toepassing van dit besluit behandeld alsof hem een WIA-uitkering is toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
3. Indien de WIA-uitkering van de betrokkene die ter zake van dezelfde dienstverhouding aanspraak heeft op een uitkering en een WIA-uitkering, als gevolg van een handelen of nalaten een vermindering ondergaat, of het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde WIA-uitkering voor de toepassing van dit besluit geacht onverminderd te zijn genoten.