BWBR0012095
Geldig vanaf 2012-10-01
Artikel 25ac
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
1. Het buitenlandse voordeel uit sparen en beleggen bestaat uit het gezamenlijke bedrag van het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en van de schulden in verband met die bezittingen.
2. Het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen wordt bepaald met toepassing van afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
3. Bezittingen in het buitenland zijn:
a. binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken;
b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; en
c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere Mogendheid is gelegen, voor zover zij niet voortkomen uit effectenbezit of dienstbetrekking;
voor zover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven.
2. Het werkelijke rendement van de bezittingen in het buitenland en de schulden in verband met die bezittingen wordt bepaald met toepassing van afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
3. Bezittingen in het buitenland zijn:
a. binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken;
b. rechten die direct of indirect betrekking hebben op binnen het gebied van een andere Mogendheid gelegen onroerende zaken; en
c. rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding binnen het gebied van een andere Mogendheid is gelegen, voor zover zij niet voortkomen uit effectenbezit of dienstbetrekking;
voor zover de daaruit genoten opbrengsten zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege de andere Mogendheid waarin de bezittingen zijn gelegen, wordt geheven.