BWBR0012092
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 1
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
b. de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
d. werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
e. werknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
f. bedrijfstakpensioenfonds: het bedrijfstakpensioenfonds, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
g. deelnemer: de deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
h. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
i. verplichtstelling: de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van artikel 2, eerste lid;
j. nettopensioen: het nettopensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
k. aanspraakgerechtigde: de aanspraakgerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
l. gewezen deelnemer: de gewezen deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
m. pensioengerechtigde: de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.
a. Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
b. de Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. pensioen: het pensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
d. werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
e. werknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
f. bedrijfstakpensioenfonds: het bedrijfstakpensioenfonds, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
g. deelnemer: de deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
h. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
i. verplichtstelling: de verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van artikel 2, eerste lid;
j. nettopensioen: het nettopensioen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
k. aanspraakgerechtigde: de aanspraakgerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
l. gewezen deelnemer: de gewezen deelnemer, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
m. pensioengerechtigde: de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.