BWBR0012088
Geldig vanaf 2000-12-29
Artikel 22
Overgangswet elektriciteitsproductiesector
1. Onze Minister stelt binnen vier weken na inwerkingtreding van dit artikel de vergoeding vast die een vergunninghouder op grond van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998</a>in 2001 verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit, opgewekt met een waterkrachtcentrale met een vermogen van ten hoogste 2 MW, een installatie waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit met een vermogen van ten hoogste 2 MW, dan wel een installatie voor de opwekking van elektriciteit door middel van windenergie of zonne-energie met een vermogen van ten hoogste 8 MW.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de vergoeding die een vergunninghouder op grond van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998</a>in 2001 verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit, opgewekt met een warmtekrachtinstallatie.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de vergoeding die een vergunninghouder op grond van <a href="/wet/BWBR0009755/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71 van de Elektriciteitswet 1998</a>in 2001 verschuldigd is voor het leveren van elektriciteit, opgewekt met een warmtekrachtinstallatie.