BWBR0012058
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 10
Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek Nederlandse Antillen en Aruba 2001
1. De aanmelding van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 7wordt aangemerkt als een verzoek om een verklaring van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van de wet.
2. De verklaring van de Minister van Economische Zaken, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de uitgaven terzake.
3. De belastingplichtige legt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een berekening van de energiebesparing over.
4. De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven bouwvergunning of omgevingsvergunning over indien artikel 7, eerste lid, onderdeel b respectievelijk onderdeel c, van toepassing is.
5. De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven milieuvergunning, omgevingsvergunning of vergelijkbare vergunning over indien artikel 7, onderdeel d, van toepassing is.
6. De Minister van Economische Zaken neemt een verzoek om een verklaring niet in behandeling indien niet is voldaan aan artikel 7, onderdelen b, c en d.
2. De verklaring van de Minister van Economische Zaken, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de uitgaven terzake.
3. De belastingplichtige legt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een berekening van de energiebesparing over.
4. De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven bouwvergunning of omgevingsvergunning over indien artikel 7, eerste lid, onderdeel b respectievelijk onderdeel c, van toepassing is.
5. De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven milieuvergunning, omgevingsvergunning of vergelijkbare vergunning over indien artikel 7, onderdeel d, van toepassing is.
6. De Minister van Economische Zaken neemt een verzoek om een verklaring niet in behandeling indien niet is voldaan aan artikel 7, onderdelen b, c en d.