BWBR0012055
Geldig vanaf 2000-12-29
Artikel 4
Regeling sloop tuinbouwkassen met asbestbevattende voegkit
1. Het gronddoek dat bij het slopen van een tuinbouwkas met asbestbevattende voegkit is gebruikt, wordt, zodra de sloopwerkzaamheden zijn beëindigd, terstond door het bedrijf dat de sloopwerkzaamheden uitvoert op zorgvuldige wijze opgevouwen en in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal opgeslagen.
2. Het verpakkingsmateriaal, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van de aanduidingen die zijn voorgeschreven op grond van het Warenwetbesluit asbest.
3. Nadat het gronddoek, overeenkomstig het eerste lid, is verpakt,
- gaat degene die is belast met de sloop van de tuinbouwkas met asbestbevattende voegkit op basis van een visuele inspectie na of de bodem of het oppervlaktewater ter plaatse als gevolg van de sloopwerkzaamheden met asbestbevattende voegkit is verontreinigd,
- verzamelt hij terstond, indien er sprake is van zodanige verontreiniging, de asbestbevattende voegkit en
- verpakt hij de verzamelde asbestbevattende voegkit in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal dat voldoet aan het tweede lid.
4. Ander materiaal dat bij het slopen van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gebruikt, wordt terstond na gebruik opgeslagen in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal dat voldoet aan het tweede lid.
2. Het verpakkingsmateriaal, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van de aanduidingen die zijn voorgeschreven op grond van het Warenwetbesluit asbest.
3. Nadat het gronddoek, overeenkomstig het eerste lid, is verpakt,
- gaat degene die is belast met de sloop van de tuinbouwkas met asbestbevattende voegkit op basis van een visuele inspectie na of de bodem of het oppervlaktewater ter plaatse als gevolg van de sloopwerkzaamheden met asbestbevattende voegkit is verontreinigd,
- verzamelt hij terstond, indien er sprake is van zodanige verontreiniging, de asbestbevattende voegkit en
- verpakt hij de verzamelde asbestbevattende voegkit in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal dat voldoet aan het tweede lid.
4. Ander materiaal dat bij het slopen van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gebruikt, wordt terstond na gebruik opgeslagen in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal dat voldoet aan het tweede lid.