BWBR0012039
Geldig vanaf 2000-12-19
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wegenverkeerswet 1994;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening of andere verordeningen van de nagenoemde gemeente waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar dient functie van parkeercontroleur uitoefent, voorzover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen. De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Ouder-Amstel en Aalsmeer.
a. de Wegenverkeerswet 1994;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening of andere verordeningen van de nagenoemde gemeente waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar dient functie van parkeercontroleur uitoefent, voorzover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen. De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Ouder-Amstel en Aalsmeer.