De minister beoordeelt de geschiktheid van de contactgemeenten op basis van het inhoudelijk verslag bedoeld in
artikel 14, tweede lid, onder a, van de Regeling Pilot Trajectbegeleidersen hanteert daarbij de volgende criteria:
a. de mate waarin de contactgemeente er in is geslaagd de in haar plan van aanpak voor de pilot trajectbegeleiders geformuleerde streefdoelen te realiseren;
b. de bereidheid van de contactgemeente de begeleiding van voortijdig schoolverlaters zoals in de pilot trajectbegeleiders voort te zetten met eigen middelen;
c. de kwaliteit van de gehanteerde benaderings- en begeleidingsmethodes;
d. de kwaliteit en de kwantiteit van de samenwerkingsrelaties die door de contactgemeente in de pilot trajectbegeleiders zijn aangegaan.