1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van het externe bureau.
2. Het externe bureau geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen.
3. Het externe bureau rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 7hoger gerangschikt wordt naar de mate waarin het relatieve aandeel van de te begeleiden voortijdig schoolverlaters, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, in het aantal voortijdig schoolverlaters, bedoeld in artikel 1van het Tijdelijke
besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten, hoger is.
4. De minister kan afwijken van het advies van het externe bureau indien dit advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.