BWBR0012013
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 4
Subsidieregeling bevordering uitstroom ex-banenpoolers
1. De minister verstrekt aan een gemeente een eenmalige subsidie van € 1816,- voor elke ex-banenpooler waarvan de dienstbetrekking met de gemeente in de periode vanaf 1 januari 2001 tot en met 1 juli 2002 eindigt, indien de ex-banenpooler in aansluiting op en in de plaats van een dienstbetrekking als bedoeld in de wet:
a. een arbeidsverhouding aangaat waarvoor geen subsidie wordt verstrekt op grond van de wet, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen, of
b. werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de gemeente verstrekt, nadat de ex-banenpooler:
a. een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd van minimaal één jaar is aangegaan, of
b. als zelfstandige werkzaamheden verricht, en vervolgens die arbeidsverhouding of die werkzaamheden als zelfstandige ten minste een half jaar hebben geduurd en gedurende die periode door de ex-banenpooler geen algemene uitkering op grond van de Algemene bijstandswet is ontvangen.
3. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aan de gemeente verstrekt als de ex-banenpooler nadat zijn dienstbetrekking in de periode, bedoeld in het eerste lid, is beëindigd, een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet aangaat en de periode waarover voor die arbeidsovereenkomst door de minister het basisbedrag, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden, aan burgemeester en wethouders wordt verleend, is verstreken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt dit onderdeel tot 1 januari 2002 als volgt gelezen: a. een arbeidsverhouding aangaat waarvoor geen subsidie wordt verleend op grond van de wet, met uitzondering van de subsidie, bedoeld in artikel 13b van die wet, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen of.
a. een arbeidsverhouding aangaat waarvoor geen subsidie wordt verstrekt op grond van de wet, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen, of
b. werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de gemeente verstrekt, nadat de ex-banenpooler:
a. een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd van minimaal één jaar is aangegaan, of
b. als zelfstandige werkzaamheden verricht, en vervolgens die arbeidsverhouding of die werkzaamheden als zelfstandige ten minste een half jaar hebben geduurd en gedurende die periode door de ex-banenpooler geen algemene uitkering op grond van de Algemene bijstandswet is ontvangen.
3. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aan de gemeente verstrekt als de ex-banenpooler nadat zijn dienstbetrekking in de periode, bedoeld in het eerste lid, is beëindigd, een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet aangaat en de periode waarover voor die arbeidsovereenkomst door de minister het basisbedrag, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden, aan burgemeester en wethouders wordt verleend, is verstreken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt dit onderdeel tot 1 januari 2002 als volgt gelezen: a. een arbeidsverhouding aangaat waarvoor geen subsidie wordt verleend op grond van de wet, met uitzondering van de subsidie, bedoeld in artikel 13b van die wet, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen of.