BWBR0011994
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel VII
Wijziging Regeling maandgeld en salaris adspirant
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001, met dien verstande dat:
a. bij het vaststellen van de hoogte van de uitkering bedoeld in artikel 88, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie voor degenen die met ingang van 1 januari 2001 op grond van genoemd artikel eervol ontslag wordt verleend, wordt uitgegaan van de bedragen, genoemd in de artikelen II tot en met IV,
b. bij het vaststellen van de hoogte van de berekeningsbasis voor het non-activiteitsinkomen bedoeld in artikel 29a van het Besluit bezoldiging politie voor degenen aan wie met ingang van 1 januari 2001 op grond van artikel 13b van het Besluit algemene rechtspositie politie non-activiteit wordt verleend, wordt uitgegaan van de bedragen genoemd in artikel IV.
a. bij het vaststellen van de hoogte van de uitkering bedoeld in artikel 88, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie voor degenen die met ingang van 1 januari 2001 op grond van genoemd artikel eervol ontslag wordt verleend, wordt uitgegaan van de bedragen, genoemd in de artikelen II tot en met IV,
b. bij het vaststellen van de hoogte van de berekeningsbasis voor het non-activiteitsinkomen bedoeld in artikel 29a van het Besluit bezoldiging politie voor degenen aan wie met ingang van 1 januari 2001 op grond van artikel 13b van het Besluit algemene rechtspositie politie non-activiteit wordt verleend, wordt uitgegaan van de bedragen genoemd in artikel IV.