BWBR0011981
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 2
Besluit bekostiging invoering Werkloosheidswet en Ziektewet voor overheidspersoneel
1. De WW-premies worden door het Lisv, in afwijking van artikel 90, eerste lid, van de wet, gebruikt voor de bekostiging van uitgaven in het kader van de voorbereiding in de periode van 1999 tot en met 2002 van de invoering van de Werkloosheidswet en de Ziektewet en de daarop aanvullende boven- en nawettelijke regelingen in verband met werkloosheid en ziekte voor het overheidspersoneel.
2. De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn opgenomen op een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde en door het Lisv goedgekeurde begroting.
3. De op grond van het eerste lid beschikbare middelen die op 1 januari 2001 nog niet zijn uitgegeven aan de in dat lid bedoelde bestemming, worden door het Lisv op die datum afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
4. Onze Minister stelt na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling regels ten aanzien van het eerste tot en met derde lid, waarin in ieder geval worden omschreven:
a. de soort en omvang van de in het eerste lid bedoelde uitgaven, waartoe behoren de door Onze Minister in de jaren 1999 en 2000 ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting voorgefinancierde uitgaven;
b. de instanties die bevoegd zijn de in het eerste lid bedoelde uitgaven te verrichten ten laste van de begroting;
c. de andere organen dan het Lisv die goedkeuring moeten verlenen aan de begroting;
d. het financieel beheer en de financiële verantwoording ten aanzien van de onder a bedoelde uitgaven.
2. De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn opgenomen op een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde en door het Lisv goedgekeurde begroting.
3. De op grond van het eerste lid beschikbare middelen die op 1 januari 2001 nog niet zijn uitgegeven aan de in dat lid bedoelde bestemming, worden door het Lisv op die datum afgedragen aan het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
4. Onze Minister stelt na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling regels ten aanzien van het eerste tot en met derde lid, waarin in ieder geval worden omschreven:
a. de soort en omvang van de in het eerste lid bedoelde uitgaven, waartoe behoren de door Onze Minister in de jaren 1999 en 2000 ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting voorgefinancierde uitgaven;
b. de instanties die bevoegd zijn de in het eerste lid bedoelde uitgaven te verrichten ten laste van de begroting;
c. de andere organen dan het Lisv die goedkeuring moeten verlenen aan de begroting;
d. het financieel beheer en de financiële verantwoording ten aanzien van de onder a bedoelde uitgaven.