BWBR0011965
Geldig vanaf 2001-01-13
Artikel 2
Besluit instelling Commissie milieuhygiëne luchtvaartterrein Maastricht
1. In de Commissie hebben zitting:
a. één vertegenwoordiger van de provincie Limburg;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Beek, twee vertegenwoordigers van de gemeente Maastricht en twee vertegenwoordigers van de gemeente Meerssen, waarvan per gemeente ten minste één als vertegenwoordiger van in die gemeente woonachtige omwonenden van het luchtvaartterrein Maastricht kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Maastricht;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Maastricht landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
h. één vertegenwoordiger van de verkeersleidingsdienst.
2. De entiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met h, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst een voorzitter aan.
a. één vertegenwoordiger van de provincie Limburg;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Beek, twee vertegenwoordigers van de gemeente Maastricht en twee vertegenwoordigers van de gemeente Meerssen, waarvan per gemeente ten minste één als vertegenwoordiger van in die gemeente woonachtige omwonenden van het luchtvaartterrein Maastricht kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Maastricht;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Maastricht landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
h. één vertegenwoordiger van de verkeersleidingsdienst.
2. De entiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met h, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst een voorzitter aan.