BWBR0011954
Geldig vanaf 2001-02-01
Artikel III
Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht 1997/99)
1. De rechters in een arrondissementsrechtbank en de officieren van justitie, alsmede de rechters-plaatsvervangers en de plaatsvervangende officieren van justitie als bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de Wet rechtspositierechterlijke ambtenaren voorzover zij wat hun salaris betreft gelijk zijn gesteld met een rechter in een arrondissementsrechtbank of een officier van justitie, die vóór 1 januari 1998 het aanvangssalaris in salariscategorie 9 hebben genoten, genieten met ingang van de dag dat voor hen op of na 1 januari 1998 de jaarlijkse verhoging tot het daarna in de schaal vermelde salaris geschiedt, in afwijking van de artikelen 13en 14 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, het salaris dat overeenkomt met het schaalbedrag na twee jaar. Zij ontvangen vervolgens telkens na één jaar het daarna in de schaal vermelde salaris.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van beroep studiefinanciering.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden en de plaatsvervangende leden van het College van beroep studiefinanciering.