BWBR0011951
Geldig vanaf 2000-12-26
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten;
b. de artikelen 173a, 173b, 180, 184, 185, 199, 225, 285, 435, onder ten vierde, en 461, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Scheepvaartverkeerswet;
d. de Binnenschepenwet;
e. de verordeningen van de gemeente Rotterdam, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
f. de verordeningen van de provincie Zuid-Holland, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
g. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie, alsmede de bijzondere wetten of verordeningen waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie;
h. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de politieregio Rotterdam-Rijnmond en het aanloopgebied Rotterdam.
a. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten;
b. de artikelen 173a, 173b, 180, 184, 185, 199, 225, 285, 435, onder ten vierde, en 461, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de Scheepvaartverkeerswet;
d. de Binnenschepenwet;
e. de verordeningen van de gemeente Rotterdam, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
f. de verordeningen van de provincie Zuid-Holland, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
g. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie, alsmede de bijzondere wetten of verordeningen waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie;
h. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de politieregio Rotterdam-Rijnmond en het aanloopgebied Rotterdam.