BWBR0011934
Geldig vanaf 2012-10-19
Artikel 1a
Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004
1. De norm voor de baten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004wordt berekend door de in het tweede lid bedoelde macronorm te vermenigvuldigen met de gemiddelde jaarlijkse lasten van de gemeente van algemene bijstand ter voorziening in de behoefte in bedrijfskapitaal over een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar voor het jaar waarop de vergoeding, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, betrekking heeft.
2. De macronorm is vastgesteld aan de hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal van alle gemeenten en is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor de kalenderjaren 2013, 2014 en 2015 bepaald op 54,9%.
3. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2016 bepaald op 63,3%.
4. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2017 bepaald op 77,0%.
5. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2018 bepaald op 91,4%.
6. In afwijking van het eerste lid, is de norm voor de baten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2019 bepaald op de feitelijke baten.
2. De macronorm is vastgesteld aan de hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal van alle gemeenten en is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor de kalenderjaren 2013, 2014 en 2015 bepaald op 54,9%.
3. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2016 bepaald op 63,3%.
4. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2017 bepaald op 77,0%.
5. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2018 bepaald op 91,4%.
6. In afwijking van het eerste lid, is de norm voor de baten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2019 bepaald op de feitelijke baten.