BWBR0011918
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel IV
Wijzigingsbesluit Besluit algemene rechtspositie politie, enz. (tijdelijke ouderenregeling)
A. De termijnen, genoemd in artikel 13c, eerste en tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, zijn niet van toepassing op de ambtenaar die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 13b van genoemd besluitin aanmerking komt voor een periode van non-activiteit, maar gezien zijn leeftijd op het moment van inwerkingtreding niet kan voldoen aan de termijnen en voor 1 juli 1999 een schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij het bevoegd gezag dat hij in aanmerking wil komen voor de periode van non-activiteit.
B. De periode van non-activiteit, bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, zal voor de ambtenaar die op 15 maart 1999 de 55-jarige leeftijd heeft bereikt, niet langer zijn dan de periode die voor de ambtenaar maximaal resteert in het desbetreffende levensjaar.
B. De periode van non-activiteit, bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, zal voor de ambtenaar die op 15 maart 1999 de 55-jarige leeftijd heeft bereikt, niet langer zijn dan de periode die voor de ambtenaar maximaal resteert in het desbetreffende levensjaar.