BWBR0011908
Geldig vanaf 2000-12-21
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag 2000
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lidgenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, werkzaam in de functie van boswachter, kan gedurende de uitoefening van zijn taak uitgerust zijn met handboeien van een door de minister van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties goedgekeurd merk en type.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, werkzaam in de functie van boswachter, kan gedurende de uitoefening van zijn taak uitgerust zijn met handboeien van een door de minister van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties goedgekeurd merk en type.