BWBR0011888
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 5
Besluit opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel in Eieren en Eiproducten en de Eiproductenindustrie
1. De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dit lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan. Het productschap kan een definitieve heffing opleggen ter correctie van een voorlopige voorheffing in het voorgaande jaar.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van het productschap zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatieaan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.
3. Het productschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfschap gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als bedoeld in het derde lid en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatievan overeenkomstige toepassing.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van het productschap zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatieaan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.
3. Het productschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfschap gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als bedoeld in het derde lid en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatievan overeenkomstige toepassing.