BWBR0011872
Geldig vanaf 2000-12-16
Artikel 4
Tweede subsidieregeling modernisering onderwijsleermethoden en extra ict-vergoeding primair onderwijs
1. De subsidie wordt als bestemmingsbedrag aan het bevoegd gezag van de school verstrekt.
2. Voor de bepaling van het aantal leerlingen zal worden uitgegaan van de door het bevoegd gezag gevalideerde telgegevens op 1 oktober 1999. Dit ongewogen aantal leerlingen wordt voor de bekostiging van de basisscholen verhoogd met 3%, zijnde het instroomcorrectiepercentage voor de opvang van de reguliere groei. Indien de school vanwege een groei van het aantal leerlingen gebruik heeft gemaakt van de groeiregeling zijn de gegevens op de desbetreffende groeitellingen maatgevend: voor de basisscholen is dit de datum 1 maart 2000 en voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en de instellingen voor visueel gehandicapten de datum 16 januari 2000.
3. In de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) van het jaar waarin deze aanschaf heeft plaatsgevonden (jaar 2000 en/of 2001), vindt ook de financiële verantwoording plaats. Uit de AVR moet blijken dat de uitgaven van de subsidiegelden rechtmatig hebben plaatsgevonden.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats gelijktijdig met de vaststelling van de AVR.
4. De instellingen voor visueel gehandicapten dienen de financiële verantwoording op te nemen in de jaarrekening.
5. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de aanvraag vaststelling rijksvergoeding of uit de jaarrekening blijkt dat deze niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.
2. Voor de bepaling van het aantal leerlingen zal worden uitgegaan van de door het bevoegd gezag gevalideerde telgegevens op 1 oktober 1999. Dit ongewogen aantal leerlingen wordt voor de bekostiging van de basisscholen verhoogd met 3%, zijnde het instroomcorrectiepercentage voor de opvang van de reguliere groei. Indien de school vanwege een groei van het aantal leerlingen gebruik heeft gemaakt van de groeiregeling zijn de gegevens op de desbetreffende groeitellingen maatgevend: voor de basisscholen is dit de datum 1 maart 2000 en voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en de instellingen voor visueel gehandicapten de datum 16 januari 2000.
3. In de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) van het jaar waarin deze aanschaf heeft plaatsgevonden (jaar 2000 en/of 2001), vindt ook de financiële verantwoording plaats. Uit de AVR moet blijken dat de uitgaven van de subsidiegelden rechtmatig hebben plaatsgevonden.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats gelijktijdig met de vaststelling van de AVR.
4. De instellingen voor visueel gehandicapten dienen de financiële verantwoording op te nemen in de jaarrekening.
5. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de aanvraag vaststelling rijksvergoeding of uit de jaarrekening blijkt dat deze niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.