1. De vervuilingswaarde per m 3ingenomen water kan door de heffingplichtige op zijn kosten op aanvraag, dan wel ambtshalve door de inspecteur op kosten van de betrokken kwaliteitsbeheerder, in afwijking van de artikelen 2en 3, worden bepaald aan de hand van monsterneming en analyse overeenkomstig het derde lid, onderscheidenlijk aan de hand van meting, bemonstering en analyse overeenkomstig het vierde lid.
2. In dit artikel wordt onder geschatte vervuilingswaarde verstaan: de overeenkomstig
artikel 22 van de Weten artikel 2van dit besluit aan de hand van de geschatte hoeveelheid in te nemen water berekende vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik van de over het heffingsjaar af te voeren stoffen.
3. Bij een geschatte vervuilingswaarde van minder dan 100 vervuilingseenheden:
a. wordt over een aantal voor het heffingsjaar representatieve etmalen afzonderlijk een etmaalverzamelmonster van het afgevoerde afvalwater samengesteld dat bestaat uit tenminste 8 deelmonsters die op verschillende voor het etmaal representatieve tijdstippen zijn genomen;
b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde etmalen: bij een geschatte vervuilingswaarde van: minder dan 25 vervuilingseenheden: 4 25 tot 50 vervuilingseenheden: 6 50 tot 75 vervuilingseenheden: 8 75 tot 100 vervuilingseenheden: 10;
c. vindt analyse van het onder a bedoelde etmaalverzamelmonster plaats en wordt het resultaat van die analyse uitgedrukt in grammen per m3;
d. wordt de som van de onder c bedoelde resultaten van de analyses over de onder a bedoelde etmalen gedeeld door het aantal van die etmalen;
e. wordt de uitkomst van de toepassing van het onder d bepaalde gecorrigeerd voor het deel van het ingenomen water dat niet wordt afgevoerd, indien de heffingplichtige aannemelijk maakt dat dat deel 25% of meer bedraagt;
f. bedraagt de vervuilingswaarde per m3 ingenomen water de overeenkomstig d en e gevonden waarde gedeeld door 49.600 grammen.
4. Bij een geschatte vervuilingswaarde van 100 vervuilingseenheden of meer:
a. vindt in een aantal voor het heffingsjaar representatieve weken meting, bemonstering en analyse over de daarin gelegen etmalen plaats;
b. bedraagt het aantal van de onder a bedoelde weken: bij een geschatte vervuilingswaarde van: 100 tot 250 vervuilingseenheden: 1 250 tot 500 vervuilingseenheden: 2 500 tot 750 vervuilingseenheden: 3 750 tot 1000 vervuilingseenheden: 4 1000 en meer vervuilingseenheden: het door de inspecteur te bepalen aantal dat ten hoogste 12 kan bedragen;
c. wordt het zuurstofverbruik in de onder a bedoelde etmalen afgevoerde stoffen gedeeld door de hoeveelheid in die etmalen ingenomen water;
d. bedraagt de vervuilingswaarde per m3 ingenomen water de uitkomst van de toepassing van onderdeel c, gedeeld door 49,6 kilogrammen.
5. Meting, bemonstering en analyse, alsmede de behandeling van het in het derde lid, onder a, bedoelde verzamelmonster geschieden overeenkomstig de nadere regels, bedoeld in
artikel 20, derde lid, onderscheidenlijk in
artikel 23, veertiende lid, van de Wet.
6. De inspecteur beslist op een in het eerste lid bedoelde aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking en geeft daarin in ieder geval voorschriften met betrekking tot:
a. de tijdstippen en de etmalen waarop monsterneming en analyse moeten plaatsvinden, onderscheidenlijk de meetweek dan wel meetweken gedurende welke meting, bemonstering en analyse moeten plaatsvinden;
b. de bepaling van de hoeveelheid ingenomen water;
c. de correctie bedoeld in het derde lid, onder e;
d. de melding van verandering of te verwachten veranderingen die van invloed kunnen zijn op de vervuilingswaarde per m3 ingenomen water van de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte.
7. Een op basis van dit artikel bepaalde vervuilingswaarde per m 3ingenomen water geldt voor de betrokken bedrijfsruimte of het betrokken onderdeel van de bedrijfsruimte tot het heffingsjaar waarin dit artikel hetzij door de heffingplichtige hetzij door de inspecteur opnieuw wordt toegepast.