BWBR0011852
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 5
Besluit prepareren van dieren
Als diersoort ten aanzien waarvan het verbod, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wetniet geldt, worden aangewezen:
a. de diersoorten die niet worden aangemerkt of niet zijn aangewezen als beschermde inheemse of uitheemse diersoort;
b. de diersoorten waarvoor, met inachtneming van de daarbij gestelde voorschriften, een vrijstelling of ontheffing geldt van het in artikel 13, eerste lid, van de wet bedoelde verbod op het onder zich hebben van producten van dieren van die soorten: 1°. ingevolge artikel 13, vierde lid, of artikel 75, derde lid, van de wet;
2°. ingevolge het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten of
3°. krachtens een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet;
1°. ingevolge artikel 13, vierde lid, of artikel 75, derde lid, van de wet;
2°. ingevolge het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten of
3°. krachtens een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet;
met uitzondering van de diersoorten, bedoeld in artikel 8.
a. de diersoorten die niet worden aangemerkt of niet zijn aangewezen als beschermde inheemse of uitheemse diersoort;
b. de diersoorten waarvoor, met inachtneming van de daarbij gestelde voorschriften, een vrijstelling of ontheffing geldt van het in artikel 13, eerste lid, van de wet bedoelde verbod op het onder zich hebben van producten van dieren van die soorten: 1°. ingevolge artikel 13, vierde lid, of artikel 75, derde lid, van de wet;
2°. ingevolge het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten of
3°. krachtens een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet;
1°. ingevolge artikel 13, vierde lid, of artikel 75, derde lid, van de wet;
2°. ingevolge het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten of
3°. krachtens een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet;
met uitzondering van de diersoorten, bedoeld in artikel 8.