BWBR0011844
Geldig vanaf 2000-11-30
Artikel 8
Subsidieregeling kennisprojecten verkeer en vervoer
1. Binnen zes weken nadat het bestuur de gegevens, bedoeld in de artikelen 6en 7, heeft overgelegd, beoordeelt de minister het jaarprogramma.
2. Indien de beoordeling leidt tot de bevinding dat het jaarprogramma in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling, geeft de minister een beschikking tot subsidieverlening.
3. Een subsidie die betrekking heeft op een deelprogramma dat een langere looptijd heeft dan het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verzocht, wordt verleend onder de voorwaarde dat voor de resterende periode voldoende gelden ter beschikking worden gesteld door het bedrijfsleven en onder het voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
4. Op een daartoe strekkend verzoek kan de minister de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in het tweede lid, tijdens het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wijzigen tot maximaal het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt. De artikelen 6en 7zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het bestuur een melding als bedoeld in artikel 10, derde lid, maakt, wijzigt de minister binnen 6 weken de beschikking, bedoeld in het tweede lid.
2. Indien de beoordeling leidt tot de bevinding dat het jaarprogramma in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling, geeft de minister een beschikking tot subsidieverlening.
3. Een subsidie die betrekking heeft op een deelprogramma dat een langere looptijd heeft dan het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verzocht, wordt verleend onder de voorwaarde dat voor de resterende periode voldoende gelden ter beschikking worden gesteld door het bedrijfsleven en onder het voorbehoud van goedkeuring van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
4. Op een daartoe strekkend verzoek kan de minister de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in het tweede lid, tijdens het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wijzigen tot maximaal het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, is bereikt. De artikelen 6en 7zijn van overeenkomstige toepassing.
5. Indien het bestuur een melding als bedoeld in artikel 10, derde lid, maakt, wijzigt de minister binnen 6 weken de beschikking, bedoeld in het tweede lid.