1. De in het ADR en het RID bedoelde periodieke keuring van recipiënten, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, bij de richtlijn uitgevoerd door een aangemelde of erkende instantie.
2. De periodieke keuring van tanks, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, module 1, uitgevoerd door een aangemelde instantie of aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, module 2, door een erkende instantie die is erkend voor de uitvoering van de periodieke keuring van de tanks en die handelt onder toezicht van een aangemelde instantie.
3. Vervoerbare drukapparatuur uit andere lidstaten van de Europese Unie kan in Nederland aan een periodieke keuring worden onderworpen.
4. Op gasflessen die onder het toepassingsgebied van de richtlijnen 84/525/EEG, 84/526/EEGen 84/527/EEGvallen, wordt bij de eerste periodieke keuring die overeenkomstig deze regeling wordt verricht, het identificatienummer aangebracht, voorafgegaan door de markering, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn.