BWBR0011818
Geldig vanaf 2000-11-26
Artikel 2
Subsidieregeling opleiding tot specialist of tot kaakchirurg
1. De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag van het bevoegd gezag aan een universiteit subsidie in de kosten van de docenteninspanning ten behoeve van de opleiding tot specialist en de opleiding tot kaakchirurg.
2. De subsidie bestaat uit het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de universiteit gerealiseerde opleidingsplaatsen met het normbedrag. Het aantal opleidingsplaatsen dat voor subsidie in aanmerking komt, is niet groter dan het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteit heeft gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.
3. Het normbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door € 5 344 754,98 te delen door het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteiten tezamen hebben gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.
2. De subsidie bestaat uit het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de universiteit gerealiseerde opleidingsplaatsen met het normbedrag. Het aantal opleidingsplaatsen dat voor subsidie in aanmerking komt, is niet groter dan het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteit heeft gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.
3. Het normbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door € 5 344 754,98 te delen door het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteiten tezamen hebben gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.