BWBR0011811
Geldig vanaf 2001-01-07
Artikel 5
Regeling specifieke uitkeringen stedelijke en provinciale programma's cultuurbereik
1. Onverminderd artikel 41, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen, omvat een aanvraag om een uitkering:
a. een analyse van de gemeentelijke of provinciale culturele infrastructuur;
b. de beleidsvoornemens voor de jaren 2001-2004, gebaseerd op de analyse, bedoeld onder a, waarin in ieder geval is opgenomen een planning van de activiteiten en van de kosten in die periode;
c. een opgave van enkele meetbare doelen en prestaties;
d. een toelichting op de volgende onderwerpen: 1º de wijze waarop de kwaliteit van de door de aanvrager te subsidiëren activiteiten door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld en gewaarborgd;
2º de wijze waarop doelgroepen bij de activiteiten zijn betrokken;
3º de wijze waarop scholen, culturele of andere instellingen bij de activiteiten zijn betrokken.
1º de wijze waarop de kwaliteit van de door de aanvrager te subsidiëren activiteiten door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld en gewaarborgd;
2º de wijze waarop doelgroepen bij de activiteiten zijn betrokken;
3º de wijze waarop scholen, culturele of andere instellingen bij de activiteiten zijn betrokken.
2. Indien de aanvraag een uitkering als bedoeld in artikel 3, onder a of b, betreft, omvat de aanvraag tevens een toelichting op de wijze waarop de eigen bijdrage van de aanvrager is samengesteld.
3. Indien de aanvrager een provincie is, omvat de aanvraag tevens een opgave van gemeenten binnen de desbetreffende provincie die bij de activiteiten zijn betrokken, alsmede een toelichting op de wijze waarop met deze gemeenten wordt samengewerkt.
4. Voorzover de aanvraag betrekking heeft op apparaatskosten als bedoeld in artikel 6, wordt de samenstelling van die kosten toegelicht.
5. Onder gemeenten in het derde lid worden ook andere gemeenten dan de gemeenten, genoemd in artikel 1, onder c, verstaan.
a. een analyse van de gemeentelijke of provinciale culturele infrastructuur;
b. de beleidsvoornemens voor de jaren 2001-2004, gebaseerd op de analyse, bedoeld onder a, waarin in ieder geval is opgenomen een planning van de activiteiten en van de kosten in die periode;
c. een opgave van enkele meetbare doelen en prestaties;
d. een toelichting op de volgende onderwerpen: 1º de wijze waarop de kwaliteit van de door de aanvrager te subsidiëren activiteiten door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld en gewaarborgd;
2º de wijze waarop doelgroepen bij de activiteiten zijn betrokken;
3º de wijze waarop scholen, culturele of andere instellingen bij de activiteiten zijn betrokken.
1º de wijze waarop de kwaliteit van de door de aanvrager te subsidiëren activiteiten door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld en gewaarborgd;
2º de wijze waarop doelgroepen bij de activiteiten zijn betrokken;
3º de wijze waarop scholen, culturele of andere instellingen bij de activiteiten zijn betrokken.
2. Indien de aanvraag een uitkering als bedoeld in artikel 3, onder a of b, betreft, omvat de aanvraag tevens een toelichting op de wijze waarop de eigen bijdrage van de aanvrager is samengesteld.
3. Indien de aanvrager een provincie is, omvat de aanvraag tevens een opgave van gemeenten binnen de desbetreffende provincie die bij de activiteiten zijn betrokken, alsmede een toelichting op de wijze waarop met deze gemeenten wordt samengewerkt.
4. Voorzover de aanvraag betrekking heeft op apparaatskosten als bedoeld in artikel 6, wordt de samenstelling van die kosten toegelicht.
5. Onder gemeenten in het derde lid worden ook andere gemeenten dan de gemeenten, genoemd in artikel 1, onder c, verstaan.