BWBR0011806
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2
Regels voor toepassing Wet brutering overhevelingstoeslag lonen
1. Voor een goede toepassing van artikel 6, derde lid, van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonenwordt:
a. de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, en bedoeld in artikel 29 van de Algemene nabestaandenwet vermenigvuldigd met 0,696922;
b. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste en derde lid, van de Algemene nabestaandenwet telkenmale vermenigvuldigd met 0,794319.
2. In afwijking van het eerste lid worden:
a. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440;
b. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, tweede lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440;
c. indien recht bestaat op zowel de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste lid, als bedoeld in het tweede lid van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,794249.
a. de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, en bedoeld in artikel 29 van de Algemene nabestaandenwet vermenigvuldigd met 0,696922;
b. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste en derde lid, van de Algemene nabestaandenwet telkenmale vermenigvuldigd met 0,794319.
2. In afwijking van het eerste lid worden:
a. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, eerste lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440;
b. indien recht bestaat zowel op de uitkering, bedoeld in artikel 17, tweede lid, als bedoeld in artikel 25 van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,726440;
c. indien recht bestaat op zowel de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 31, eerste lid, als bedoeld in het tweede lid van de Algemene nabestaandenwet, beide uitkeringen vermenigvuldigd met 0,794249.