BWBR0011796
Geldig vanaf 2001-10-01
Artikel 7
Besluit opheffing Bedrijfschap Pluimveehandel en -industrie
1. Zo spoedig mogelijk nadat het productschap het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt het daarover aan de Sociaal-Economische Raad verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door het productschap vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.
2. De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat het ontwerp van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van het productschap voor een ieder ter lezing is neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar is gesteld en indien binnen die termijn bij het productschap geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door het productschap onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet het productschap de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het productschap nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt het productschap het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van de Sociaal-Economische Raad. De instemming strekt tot décharge van het productschap. Het productschap doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.
2. De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat het ontwerp van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van het productschap voor een ieder ter lezing is neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar is gesteld en indien binnen die termijn bij het productschap geen bezwaren zijn ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3. Elk ingekomen bezwaar wordt door het productschap onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet het productschap de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het productschap nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt het productschap het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft de instemming van de Sociaal-Economische Raad. De instemming strekt tot décharge van het productschap. Het productschap doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.