BWBR0011787
Geldig vanaf 2000-12-02
Artikel 3
Regeling Stimulering Computerbezit bve 2000
1. De aanvullende vergoeding bedraagt een voor de instelling evenredig gedeelte van het voor het jaar 2000 beschikbare budget van f 4.300.000,–
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend:
a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 2.2.2, eerste lid en artikel 2.4.1 eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, die de instelling over 2000 ontvangt, vermeerderd met het bedrag voor educatie en inburgering dat de instelling voor 1998 heeft ontvangen op grond van een overeenkomst of overeenkomsten als bedoeld in artikel 2.3.4. van de wet;
b. voor een instelling als bedoeld in artikel 12.3.8 respectievelijk 12.3.9 van de wet, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage die de instelling over 2000 ontvangt op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend:
a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van artikel 2.2.2, eerste lid en artikel 2.4.1 eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, die de instelling over 2000 ontvangt, vermeerderd met het bedrag voor educatie en inburgering dat de instelling voor 1998 heeft ontvangen op grond van een overeenkomst of overeenkomsten als bedoeld in artikel 2.3.4. van de wet;
b. voor een instelling als bedoeld in artikel 12.3.8 respectievelijk 12.3.9 van de wet, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage die de instelling over 2000 ontvangt op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB.