BWBR0011785
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2
Regeling aanwijzing categorieën van personen die indien zij daartoe de wens te kennen geven niet verzekerd zijn ingevolge de Ziekenfondswet 2000
1. Indien zij daartoe de wens te kennen geven, zijn niet verzekerd ingevolge artikel 3, eerste lid, onder b, van de Ziekenfondswet, personen die naast de uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwetdan wel de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenzodanige inkomsten genieten, dat de som van de uitkering en die inkomsten het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet, overschrijdt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op personen die op de dag, voorafgaande aan de dag met ingang waarvan een uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt ontvangen, verzekerd waren ingevolge de Ziekenfondswet.
3. Artikel 1, derde lid, is op de in het eerste lid bedoelde personen van overeenkomstige toepassing.
4. Onder inkomsten worden verstaan alle inkomsten waarover ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Wet inkomstenbelasting 2001inkomstenbelasting verschuldigd is.
5. Voor de toepassing van het vierde lid worden in aanmerking genomen de inkomsten welke betrokkene over het voorafgaande kalenderjaar heeft genoten of redelijkerwijs geacht kan worden te hebben genoten.
6. In afwijking van het vijfde lid worden voor de toepassing van dit artikel in aanmerking genomen inkomsten welke betrokkene geacht kan worden te zullen genieten in het kalenderjaar, volgend op dat waarin:
a. wijziging komt in de burgerlijke staat van betrokkene dan wel
b. betrokkene duurzaam gescheiden van zijn echtgenote of haar echtgenoot gaat leven dan wel na duurzaam gescheiden te hebben geleefd van zijn echtgenote of haar echtgenoot met die persoon weer gaat samenwonen dan wel
c. betrokkene zich binnen het Rijk vestigt dan wel
d. betrokkene een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt.
7. Indien na een periode waarin een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwetmet toepassing van artikel 18 van die wetgeheel is gekort, die uitkering opnieuw tot uitbetaling komt, wordt voor de toepassing van het eerste lid de verzekeringssituatie van betrokkene zoals die gold op de dag voorafgaand aan die periode, in aanmerking genomen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op personen die op de dag, voorafgaande aan de dag met ingang waarvan een uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt ontvangen, verzekerd waren ingevolge de Ziekenfondswet.
3. Artikel 1, derde lid, is op de in het eerste lid bedoelde personen van overeenkomstige toepassing.
4. Onder inkomsten worden verstaan alle inkomsten waarover ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Wet inkomstenbelasting 2001inkomstenbelasting verschuldigd is.
5. Voor de toepassing van het vierde lid worden in aanmerking genomen de inkomsten welke betrokkene over het voorafgaande kalenderjaar heeft genoten of redelijkerwijs geacht kan worden te hebben genoten.
6. In afwijking van het vijfde lid worden voor de toepassing van dit artikel in aanmerking genomen inkomsten welke betrokkene geacht kan worden te zullen genieten in het kalenderjaar, volgend op dat waarin:
a. wijziging komt in de burgerlijke staat van betrokkene dan wel
b. betrokkene duurzaam gescheiden van zijn echtgenote of haar echtgenoot gaat leven dan wel na duurzaam gescheiden te hebben geleefd van zijn echtgenote of haar echtgenoot met die persoon weer gaat samenwonen dan wel
c. betrokkene zich binnen het Rijk vestigt dan wel
d. betrokkene een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet ontvangt.
7. Indien na een periode waarin een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwetmet toepassing van artikel 18 van die wetgeheel is gekort, die uitkering opnieuw tot uitbetaling komt, wordt voor de toepassing van het eerste lid de verzekeringssituatie van betrokkene zoals die gold op de dag voorafgaand aan die periode, in aanmerking genomen.