BWBR0011760
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 14
Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2000
1. Het recht op de financiële ondersteuning eindigt:
a. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de nominale studieduur van de opleiding van de student is verbruikt dan wel de student: 1°. de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd.
2°. het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd,
3°. studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS ontvangt, of
4°. zich inschrijft voor een opleiding waarvoor recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS bestaat,
1°. de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd.
2°. het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd,
3°. studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS ontvangt, of
4°. zich inschrijft voor een opleiding waarvoor recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS bestaat,
b. met ingang van de zesde maand nadat de uitbetaling van de financiële ondersteuning op grond van artikel 12 is opgeschort en de student nog steeds niet heeft voldaan aan één van de voorwaarden genoemd in artikel 10, met dien verstande dat de reeds verstrekte financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het betreffende studiejaar als onverschuldigd betaald wordt aangemerkt, of
c. 10 jaar nadat het recht is ontstaan.
2. In geval toepassing van lid 1, onder 2, 1°, dient een gedateerd bewijs van uitschrijving binnen twee maanden na beëindiging in het bezit te zijn van de Nuffic. Indien dit niet het geval is zal de reeds verstrekte financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het betreffende studiejaar als onverschuldigd betaald worden aangemerkt.
a. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de nominale studieduur van de opleiding van de student is verbruikt dan wel de student: 1°. de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd.
2°. het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd,
3°. studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS ontvangt, of
4°. zich inschrijft voor een opleiding waarvoor recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS bestaat,
1°. de opleiding beëindigt zonder het afsluitend examen met succes te hebben afgelegd.
2°. het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd,
3°. studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS ontvangt, of
4°. zich inschrijft voor een opleiding waarvoor recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk III van de WTS bestaat,
b. met ingang van de zesde maand nadat de uitbetaling van de financiële ondersteuning op grond van artikel 12 is opgeschort en de student nog steeds niet heeft voldaan aan één van de voorwaarden genoemd in artikel 10, met dien verstande dat de reeds verstrekte financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het betreffende studiejaar als onverschuldigd betaald wordt aangemerkt, of
c. 10 jaar nadat het recht is ontstaan.
2. In geval toepassing van lid 1, onder 2, 1°, dient een gedateerd bewijs van uitschrijving binnen twee maanden na beëindiging in het bezit te zijn van de Nuffic. Indien dit niet het geval is zal de reeds verstrekte financiële ondersteuning vanaf de aanvang van het betreffende studiejaar als onverschuldigd betaald worden aangemerkt.