BWBR0011758
Geldig vanaf 2000-11-18
Artikel 3
Subsidieregeling aanpak plaatsingsproblematiek WSNS
1. Het bevoegd gezag van alle scholen in een SWV dan wel de bevoegde gezagsorganen die het bestuur vormen van de centrale dienst in een SWV zijn verplicht:
a. een analyse te maken van de knel- en verbeterpunten die zich voordoen bij de plaatsing van leerlingen op de SBAO of SBAO's in het SWV en bij de uitvoering van de zorgtaken in het SWV;
b. op basis van de analyse, bedoeld onder a, een plan van aanpak vast te stellen;
c. zorg te dragen voor een adequate registratie van: 1°. het aantal leerlingen ten aanzien van wie de PCL in dat SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is en dat wacht op plaatsing op een SBAO in het desbetreffende SWV en,
2°. het tijdsverloop tussen het verzoek van de ouders van een leerling als bedoeld onder 1° tot plaatsing op een SBAO en de daadwerkelijke plaatsing op die SBAO en
3°. de wijze waarop die leerling gedurende de plaatsingstijd extra ondersteuning heeft ontvangen;
1°. het aantal leerlingen ten aanzien van wie de PCL in dat SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is en dat wacht op plaatsing op een SBAO in het desbetreffende SWV en,
2°. het tijdsverloop tussen het verzoek van de ouders van een leerling als bedoeld onder 1° tot plaatsing op een SBAO en de daadwerkelijke plaatsing op die SBAO en
3°. de wijze waarop die leerling gedurende de plaatsingstijd extra ondersteuning heeft ontvangen;
d. de informatie te verstrekken die namens de minister door externe deskundigen wordt gevraagd ten behoeve van het door hen aan de minister uit te brengen eindrapport.
2. Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt gevoegd bij het zorgplan voor het schooljaar 2001-2002.
3. Het bevoegd gezag of de samenwerkende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in het eerste lid, dragen er zorg voor dat de volgende gegevens vóór 1 november 2001, respectievelijk vóór 1 november 2002 aan de inspectie van het onderwijs worden gezonden:
a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 1°, naar de toestand op 1 oktober 2001, respectievelijk op 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling;
b. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 2°, in de periode van inwerkingtreding van deze regeling tot 1 oktober 2001, respectievelijk in de periode van 1 oktober 2001 tot 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling.
a. een analyse te maken van de knel- en verbeterpunten die zich voordoen bij de plaatsing van leerlingen op de SBAO of SBAO's in het SWV en bij de uitvoering van de zorgtaken in het SWV;
b. op basis van de analyse, bedoeld onder a, een plan van aanpak vast te stellen;
c. zorg te dragen voor een adequate registratie van: 1°. het aantal leerlingen ten aanzien van wie de PCL in dat SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is en dat wacht op plaatsing op een SBAO in het desbetreffende SWV en,
2°. het tijdsverloop tussen het verzoek van de ouders van een leerling als bedoeld onder 1° tot plaatsing op een SBAO en de daadwerkelijke plaatsing op die SBAO en
3°. de wijze waarop die leerling gedurende de plaatsingstijd extra ondersteuning heeft ontvangen;
1°. het aantal leerlingen ten aanzien van wie de PCL in dat SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is en dat wacht op plaatsing op een SBAO in het desbetreffende SWV en,
2°. het tijdsverloop tussen het verzoek van de ouders van een leerling als bedoeld onder 1° tot plaatsing op een SBAO en de daadwerkelijke plaatsing op die SBAO en
3°. de wijze waarop die leerling gedurende de plaatsingstijd extra ondersteuning heeft ontvangen;
d. de informatie te verstrekken die namens de minister door externe deskundigen wordt gevraagd ten behoeve van het door hen aan de minister uit te brengen eindrapport.
2. Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt gevoegd bij het zorgplan voor het schooljaar 2001-2002.
3. Het bevoegd gezag of de samenwerkende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in het eerste lid, dragen er zorg voor dat de volgende gegevens vóór 1 november 2001, respectievelijk vóór 1 november 2002 aan de inspectie van het onderwijs worden gezonden:
a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 1°, naar de toestand op 1 oktober 2001, respectievelijk op 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling;
b. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 2°, in de periode van inwerkingtreding van deze regeling tot 1 oktober 2001, respectievelijk in de periode van 1 oktober 2001 tot 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling.