1. De aanvraag wordt ingediend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beschikt over de eigendom of over het gebruiksrecht van de bij een bedrijf behorende grond.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde personen niet over de eigendom van de bij het bedrijf behorende gronden beschikken, dienen zij gebruiksgerechtigd te zijn ingevolge een goedgekeurde pachtovereenkomst met een looptijd van tenminste zes jaar voor de grond en twaalf jaar voor de bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de pachtovereenkomst bedoeld in
artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet.