BWBR0011717
Geldig vanaf 2004-08-01
Artikel 5
Beleidsregel IGVO
1. Tot een cursus EN kan als leerling worden toegelaten degene die:
a. een buitenlandse nationaliteit bezit of mede een dergelijke nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in Nederland of het grensgebied van Nederland werkzaam is, dan wel
b. de Nederlandse nationaliteit bezit, langere tijd in het buitenland heeft doorgebracht doordat tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was en daar langer dan 2 jaar onderwijs heeft genoten, dan wel
c. de Nederlandse nationaliteit bezit en waarvan blijkens een werkgeversverklaring of andersoortige verklaring vaststaat dat zijn of haar ouders/verzorgers binnen afzienbare tijd voor tenminste twee jaar naar het buitenland zullen worden gezonden en de leerling mee verhuist naar het buitenland.
2. De in het eerste lid, onder a en b, bedoelde leerling heeft:
a. op het moment van de aanvang van het eerste cursusjaar tenminste de leeftijd van 11 jaar bereikt, en
b. voldoende onderwijs elders genoten om het onderwijs aan de cursus EN met vrucht te kunnen volgen.
3. Tot een cursus IB kan als leerling worden toegelaten degene die:
a. een buitenlandse nationaliteit bezit of mede een dergelijke nationaliteit bezit en van wie tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in Nederland of het grensgebied werkzaam is, dan wel
b. de Nederlandse nationaliteit bezit, langere tijd in het buitenland heeft doorgebracht doordat tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was en daar langer dan 2 jaar onderwijs heeft genoten, of
c. de Nederlandse nationaliteit bezit en waarvan blijkens een werkgeversverklaring of andersoortige verklaring vaststaat dat een der ouders of beide ouders binnen afzienbare tijd voor tenminste twee jaar naar het buitenland zal worden gezonden.
4. De in het derde lid, onder a en b, bedoelde leerling heeft voldoende onderwijs genoten om het onderwijs aan de cursus IB met vrucht te kunnen volgen.
5. Degene die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid of het derde en vierde lid, maar voor wie toch goede gronden aanwezig zijn om tot de cursus EN of de cursus IB te worden toegelaten, kan, met toestemming van de inspecteur, tot de cursus EN of de cursus IB worden toegelaten.
6. Het bevoegd gezag beslist over toelating van een leerling, onverminderd het vijfde lid.
a. een buitenlandse nationaliteit bezit of mede een dergelijke nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in Nederland of het grensgebied van Nederland werkzaam is, dan wel
b. de Nederlandse nationaliteit bezit, langere tijd in het buitenland heeft doorgebracht doordat tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was en daar langer dan 2 jaar onderwijs heeft genoten, dan wel
c. de Nederlandse nationaliteit bezit en waarvan blijkens een werkgeversverklaring of andersoortige verklaring vaststaat dat zijn of haar ouders/verzorgers binnen afzienbare tijd voor tenminste twee jaar naar het buitenland zullen worden gezonden en de leerling mee verhuist naar het buitenland.
2. De in het eerste lid, onder a en b, bedoelde leerling heeft:
a. op het moment van de aanvang van het eerste cursusjaar tenminste de leeftijd van 11 jaar bereikt, en
b. voldoende onderwijs elders genoten om het onderwijs aan de cursus EN met vrucht te kunnen volgen.
3. Tot een cursus IB kan als leerling worden toegelaten degene die:
a. een buitenlandse nationaliteit bezit of mede een dergelijke nationaliteit bezit en van wie tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in Nederland of het grensgebied werkzaam is, dan wel
b. de Nederlandse nationaliteit bezit, langere tijd in het buitenland heeft doorgebracht doordat tenminste een van de ouders of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was en daar langer dan 2 jaar onderwijs heeft genoten, of
c. de Nederlandse nationaliteit bezit en waarvan blijkens een werkgeversverklaring of andersoortige verklaring vaststaat dat een der ouders of beide ouders binnen afzienbare tijd voor tenminste twee jaar naar het buitenland zal worden gezonden.
4. De in het derde lid, onder a en b, bedoelde leerling heeft voldoende onderwijs genoten om het onderwijs aan de cursus IB met vrucht te kunnen volgen.
5. Degene die niet voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste en tweede lid of het derde en vierde lid, maar voor wie toch goede gronden aanwezig zijn om tot de cursus EN of de cursus IB te worden toegelaten, kan, met toestemming van de inspecteur, tot de cursus EN of de cursus IB worden toegelaten.
6. Het bevoegd gezag beslist over toelating van een leerling, onverminderd het vijfde lid.