BWBR0011700
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 1
Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. loopafstand: de afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare vloeiend verlopende lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,30 m van constructie-onderdelen kan worden gelopen;
b. neringruimte: ruimte binnen een gebouw, welke ruimte in gebruik is voor het uitoefenen van de kleinhandel of de zelfbedieningsgroothandel of een van de hierna te noemen activiteiten: 1°. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
2°. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten;
3°. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
4°. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen;
1°. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
2°. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten;
3°. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
4°. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen;
c. verbindingslokaliteit: een tot een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend behorende lokaliteit in gebruik als passage tussen een neringruimte en een slijtlokaliteit.
2. In dit besluit worden aan elkaar grenzende ruimten als één lokaliteit beschouwd, indien zij hetzij verbonden zijn door een permanente wandopening met een hoogte van ten minste 2,20 m van de vloer af gemeten en een breedte van ten minste twee/derde van de scheidingswand met een minimum van 2,40 m, hetzij slechts gescheiden door een afscheiding van geringere hoogte dan 1,25 m van de vloer af gemeten.
a. loopafstand: de afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare vloeiend verlopende lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,30 m van constructie-onderdelen kan worden gelopen;
b. neringruimte: ruimte binnen een gebouw, welke ruimte in gebruik is voor het uitoefenen van de kleinhandel of de zelfbedieningsgroothandel of een van de hierna te noemen activiteiten: 1°. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
2°. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten;
3°. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
4°. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen;
1°. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
2°. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten;
3°. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
4°. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen;
c. verbindingslokaliteit: een tot een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend behorende lokaliteit in gebruik als passage tussen een neringruimte en een slijtlokaliteit.
2. In dit besluit worden aan elkaar grenzende ruimten als één lokaliteit beschouwd, indien zij hetzij verbonden zijn door een permanente wandopening met een hoogte van ten minste 2,20 m van de vloer af gemeten en een breedte van ten minste twee/derde van de scheidingswand met een minimum van 2,40 m, hetzij slechts gescheiden door een afscheiding van geringere hoogte dan 1,25 m van de vloer af gemeten.